Wat is natriumnitriet of E250?
E250, ook wel natriumnitriet genoemd, is een stof die je waarschijnlijk niet direct opmerkt, maar het is aanwezig in verschillende voedselproducten. Het is een wit-gelig, kristallijn poeder dat goed oplost in water en er eigenlijk een beetje uitziet als gewoon keukenzout. Het bestaat chemisch gezien uit natrium en nitriet, vandaar de naam. Wist je dat nitraat van nature ook aanwezig is in groenten zoals spinazie en bieten? Deze nitraat wordt in ons lichaam omgezet in nitriet. Voor gebruik in voeding wordt E250 echter op een synthetische manier geproduceerd en gezuiverd. Het heeft een milde zoutachtige smaak en het is ook vrij reactief. Het komt in verbinding met verschillende andere stoffen en is gevoelig voor warmte en zuurstof. Daarom moet het voorzichtig worden behandeld en goed bewaard. Vandaag de dag is het een veelgebruikt ingrediënt in voedselproducten.
Functies van natriumnitriet in voeding:
NATRIUMNITRIET ALS conserveermiddel (primaire functie:)
De voornaamste reden voor de toevoeging van natriumnitriet is als conserveermiddel. Het helpt voedsel langer veilig te bewaren door de groei van gevaarlijke bacteriën te stoppen, zoals Clostridium botulinum. Deze bacterie kan in sommige voedingsmiddelen sporen achterlaten die, onder gunstige omstandigheden zoals vocht en een tekort aan zuurstof, kunnen ontwikkelen tot actieve bacteriën die schadelijke toxine produceren.
- Spek als voorbeeld. Op het product kunnen sporen van de bacterie aanwezig zijn. Deze sporen zijn niet actief en veroorzaken geen problemen zolang de omstandigheden niet gunstig zijn. Spek is rijk aan vocht en voedingsstoffen zoals eiwitten en vetten, en wordt vaak in vacuümverpakking opgeslagen, wat leidt tot een tekort aan zuurstof. Dit zijn precies de situaties waarin de sporen zich kunnen ontwikkelen tot gevaarlijke bacteriën en de ziekte botulisme kunnen veroorzaken. Door natriumnitriet toe te voegen, wordt de ontwikkeling van de bacterie geblokkeerd, waardoor het spek veilig blijft om te consumeren.
NATRIUMNITRIET ALS kleurgever
E250 is vooral van belang bij vleesproducten om een mooie roze of rode kleur te behouden. Dit gebeurt omdat het in contact komt met myoglobine, een eiwit dat in het spierweefsel aanwezig is. Hierdoor hebben producten zoals ham, bacon, worst etc. een aantrekkelijke uitstraling. Zonder nitriet zouden ze eerder een grijze of bruine kleur krijgen, hoewel de smaak van het vlees nog steeds gelijk blijft.
NATRIUMNITRIET ALS smaakverbeteraar
Natriumnitriet bevordert de smaak van vleesproducten. Het versterkt de intense, licht rokerige smaak die kenmerkend is voor deze producten. Dit gebeurt omdat nitriet kleine chemische interacties aangaat met eiwitten en vetten in het vlees, wat leidt tot het ontstaan van nieuwe smaakstoffen. Zonder nitriet zouden deze producten minder karakteristieke smaken vertonen en een iets flauwe smaak kunnen hebben.
NATRIUMNITRIET als antioxidant
Natriumnitriet helpt ook bij het beschermen van vetten in vleesproducten. Als vetten oxideren, kunnen ze ranzig worden en een ongewenste geur of smaak ontwikkelen. Nitriet werkt als een antioxidant door vrije radicalen en zuurstofreacties te remmen die de vetten zouden aantasten. Op deze manier blijft het vlees langer smakelijk en vers, en tijdens het bewaren ontstaan er zo geen ranzige geuren.
NATRIUMNITRIET als textuur/ structuur verbeteraar
Natriumnitriet zorgt ervoor dat vleesproducten zowel stevig als sappig blijven. Het functioneert op twee manieren: het verbetert de structuur door de opbouw van eiwitten in het vlees te stabiliseren, en hierdoor voelt de textuur in de mond beter➜ mals en aangenaam bij het kauwen. Nitriet zorgt er dus voor dat het vlees beter water vasthoudt, waardoor het minder snel uitdroogt tijdens bewaren of koken. Zonder nitriet kan vlees droger worden.
NATRIUMNITRIET OP HET ETIKET
Natriumnitriet wordt meestal niet in de voedingswaardetabel toegevoegd, omdat het geen calorieën of voedingsstoffen levert. Je kunt het echter wel terugvinden in de ingrediëntenlijst van een product, vooral onder de noemer “conserveermiddel”, aangezien dat de belangrijkste functie van deze toevoeging is.
Voorbeelden van voedselproducten







Hoe wordt E250 gemaakt?
Het start met twee dingen die iedereen kent: lucht die je inademt en aardgas dat door je cv-ketel gaat.
waterstof uit aardgas
Aardgas is bijna alleen maar methaan. En methaan is 1 koolstof-bolletje met 4 waterstof-armpjes eraan vastgeplakt. In de fabriek willen ze alleen die vier waterstof-pootjes hebben, de koolstof niet. Dus wat doen ze? Ze pompen dat methaan samen met een hoop hete stoom (gewoon water dat kokend heet is en damp geworden) in een lange oven die bijna 1000 °C is. In die oven liggen buizen vol met kleine stukjes nikkel, een soort metaalsponsje. Door die hitte en met hulp van dat nikkel gaan die waterstof-pootjes loslaten.
- De vier waterstof-pootjes die vrij rondvliegen, dat is de waterstof die ze nodig hebben.
- Het koolstof-lijfje blijft achter, en dat pakt meteen zuurstof van de stoom en verandert in koolmonoxide (CO).
Het koolstof-lijfje kan eigenlijk nog een zuurstof pakken. Daarom sturen ze het meteen door naar de tweede oven. Daar is het iets koeler (350 °C) en gooien ze nog meer stoom bij. Nu pakt dat koolmonoxide de tweede zuurstof = CO2 of ook wel bekend als kooldioxide of koolzuurgas.
Na die twee ovens heb je een grote pijp waar twee dingen uitkomen:
- waterstof (die ze willen houden)
- en kooldioxide (CO₂) (die ze niet meer nodig hebben)
In moderne fabrieken vangen ze de CO2 netjes op en verkopen ze het aan frisdrankfabrieken, bierbrouwers of stoppen ze het onder de grond (om minder CO₂ in de lucht te hebben). De waterstof gaat meteen door een andere pijp naar de volgende afdeling (waar ze ammoniak van maken).
STIKSTOF UIT DE LUCHT
In dezelfde fabriek zuigen ze ook de atmosferische buitenlucht naar binnen met behulp van grote ventilatoren. Die lucht persen ze eerst een beetje samen (niet hard, gewoon een klein beetje), zodat de moleculen dichter bij elkaar komen. Daarna maken ze die lucht ijskoud, –180 °C of nog lager.
In deze koude verandert bijna alles in de lucht:
- Het water in de lucht bevriest meteen tot kleine ijskristalletjes.
- De zuurstof verandert in een blauwe vloeistof en druppelt weg in tanks. Als je zuurstof heel koud makt verandert het van een gas naar een lichtblauwe vloeistof.
- De andere zeldzame gassen (zoals argon, neon, xenon, krypton) worden ook vloeibaar en gaan apart in flesjes voor andere doeleinden.
Dus alles wat vloeibaar wordt, loopt netjes weg in tankwagens (die vloeibare zuurstof gaat trouwens naar ziekenhuizen, lasbedrijven etc. overal waar je heel zuivere zuurstof nodig hebt). Wat overblijft is dus een pijp vol zuivere stikstof. En die stikstof gaat meteen door naar de afdeling waar ze ammoniak van maken.
Haber-Boschproces: WATERSTOF + STIKSTOF = AMMONIAK
Nadat zuivere waterstof en zuivere stikstof zijn verkregen, worden beide gassen samengevoegd in de verhouding 3 : 1 (drie delen waterstof, één deel stikstof). Dit mengsel gaat naar de ammoniakfabriek. Daar wordt het eerst door een grote compressor geperst tot een druk van 150–320 bar en tegelijk verwarmd tot 400–500 °C.
Het hete, sterk samengeperste gas stroomt vervolgens door een reactor die gevuld is met een speciale katalysator van ijzeroxide met een beetje kalium en aluminium erbij. Deze katalysator zorgt ervoor dat stikstof en waterstof eindelijk met elkaar kunnen reageren tot ammoniak. Omdat er per keer maar 10–20 % omzet, wordt het gas dat nog niet is gereageerd steeds opnieuw rondgepompt. Door deze kringloop wordt uiteindelijk meer dan 98 % omgezet. De gevormde ammoniak wordt afgekoeld en vloeibaar gemaakt. Wat overblijft aan niet-gereageerd gas gaat weer terug in de cyclus. De resulterende ammoniak is nu zuiver en klaar voor de volgende stap: de gecontroleerde oxidatie tot stikstofoxiden.
⮕ Dit proces, het Haber-Bosch-proces, is de standaardmanier waarop alle ammoniak ter wereld wordt gemaakt en vormt daarmee de basis voor de latere productie van natrium nitriet (E250).
Ostwald-proces: Katalytische oxidatie van ammoniak
De ammoniak wordt voorzichtig gemengd met schone lucht in een verhouding van ongeveer 1 deel ammoniak op 9–10 delen lucht.
Dit mengsel wordt met hoge snelheid geblazen over een paar superdunne gaasjes (metalen netjes). Die gaasjes zijn gemaakt van platina (een zilverwit, duur edelmetaal dat tegen extreme hitte kan en bijna nergens mee reageert) met een klein beetje rhodium erbij (een nog zeldzamer metaal dat ervoor zorgt dat alles nog sneller en schoner verloopt). De gaasjes zijn gloeiend heet, rond de 850–940 °C. Op dat gloeiende platina-metaal vindt een snelle en zeer schone reactie plaats: de ammoniak reageert met de zuurstof uit de lucht en verandert in stikstofmonoxide (NO, een kleurloos gas) en waterdamp. De reactie levert zoveel warmte dat het platina-netje vanzelf op temperatuur blijft zodra het eenmaal is opgestart. Het hete gasmengsel dat uit de reactor komt, wordt snel afgekoeld. Bij het afkoelen pakt het stikstofmonoxide extra zuurstof uit de resterende lucht op en verandert in stikstofdioxide (NO2), een roodbruinachtig gas, en de belangrijkste grondstof voor de volgende stap: de absorptie in een soda-oplossing, waar uiteindelijk het natrium nitriet uit ontstaat.
Absorptie en vorming van natrium nitriet
De stikstofdioxide gaat onderin een hoge toren (30-60meter) naar binnen. Van boven komt een koude soda-oplossing: water met daarin opgelost natronloog (bijtende soda) of gewone soda naar beneden regenen.
In die toren botsen gas en vloeistof tegen elkaar:
- Het bruine gas lost direct op in de soda-oplossing.
- Het reageert meteen en verandert in een zout: vooral natriumnitriet (NaNO₂) en een klein beetje natriumnitraat (NaNO₃).
Door alles precies goed te regelen (temperatuur rond de 30–50 °C en de juiste hoeveelheid soda), zorgt de fabriek dat er veel meer nitriet dan nitraat ontstaat. Onder uit de toren loopt nu een heldere, zoute vloeistof. Daarin zit 80–90 % van het gewenste natriumnitriet. Die vloeistof gaat meteen door naar de volgende stap: indampen, afkoelen en kristalliseren tot het witte E250-poeder dat later in onze vleesproducten wordt gebruikt!
Kristallisatie en zuivering: van vloeibaar zout naar witte E250-kristallen
De vloeibare zoutoplossing uit de absorptietoren wordt in vacuüm-verdampers sterk geconcentreerd door een groot deel van het water te verwijderen. Hierdoor ontstaat een dikke, stroperige vloeistof. Vervolgens wordt deze geconcentreerde oplossing afgekoeld tot circa 0–5 °C.
Bij deze lage temperatuur en hoge concentratie gedraagt natriumnitriet zich anders dan natriumnitraat:
- Natriumnitriet kan minder goed in de koude, dikke vloeistof blijven oplossen en kristalliseert daarom als eerste uit in de vorm van witte kristallen.
- Natriumnitraat blijft veel langer opgelost in dezelfde vloeistof.
De uitgekristalliseerde natriumnitriet-kristallen worden met continu-centrifuges van de resterende vloeistof (de moederloog) gescheiden en met een kleine hoeveelheid koud, gedemineraliseerd water gewassen.
Voor levensmiddelkwaliteit (E250) worden de kristallen nog één- of tweemaal herkristalliseerd: ze worden opnieuw opgelost, gefilterd en weer uitgekristalliseerd. Op deze manier worden sporen van zware metalen en andere verontreinigingen verwijderd. Na droging bij lage temperatuur (< 80 °C) en eventueel malen ontstaat een sneeuwwit poeder of korrels dat voor ten minste 99,5 % uit zuiver natriumnitriet bestaat en voldoet aan de eisen voor gebruik in vleeswaren. Het achtergebleven natriumnitraat in de moederloog wordt apart verwerkt en meestal als kunstmest of technisch product verkocht. Op deze manier wordt door eenvoudige fysische verschillen in oplosbaarheid het gewenste natriumnitriet zuiver en efficiënt afgescheiden van het bijproduct natriumnitraat.
Is natriumnitriet veilig of verdacht?
Regelgevende instanties over E250
- Europese instanties (European Food Safety Authority en Europese Commissie): Natrium nitriet is toegestaan als additief onder Verordening (EG) nr. 1333/2008, maar met strikte limieten om blootstelling aan nitrosaminen te minimaliseren. De Acceptabele Dagelijkse Inname (ADI) is vastgesteld op 0,07 mg nitriet-ion per kg lichaamsgewicht per dag. Maximale niveaus in vleesproducten variëren: typisch 100-150 mg/kg, maar vanaf 9 oktober 2025 dalen deze naar 80 mg/kg voor de meeste producten (daling van 20-40%). Er gelden ook strengere zuiverheidseisen (bijv. lagere limieten voor lood, kwik en arseen sinds oktober 2023). Voor traditionele producten (zoals rauwe ham) zijn er tijdelijke uitzonderingen tot april 2024, maar de trend is naar reductie of alternatieven (bijv. natuurlijke fermentatie).
- Verenigde Staten (Federal Drug Administration): Geklasseerd als Generally Recognized as Safe (GRAS) sinds vóór 1958, met limieten van maximaal 200 ppm (200 mg/kg) natrium nitriet in het eindproduct voor vlees en gevogelte. De ADI is vergelijkbaar met de WHO (0,07 mg/kg). Recente aanpassingen omvatten tijdelijke toelating voor natuurlijke bronnen (bijv. selderijpoeder) vanwege tekorten aan synthetisch nitriet (sinds 2023). Er is geen herbeoordeling sinds 1984, ondanks gezondheidszorgen.
- WHO/JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives): ADI voor nitriet: 0-0,07 mg/kg lichaamsgewicht; voor nitraat: 0-3,7 mg/kg. Deze normen vormen de basis voor nationale reguleringen en benadrukken risico’s voor kwetsbare groepen zoals kinderen en zuigelingen.
DISCUSSIE OVER EEN VERBOD
In juni 2023 stemde het Europees Parlement (ENVI-commissie) tegen een voorstel dat alleen lagere limieten voor nitrieten en nitraten zou invoeren, omdat het Parlement vond dat dit niet ver genoeg ging. In plaats daarvan werd een motie ingediend voor een totaalverbod op deze stoffen na een overgangsperiode van vier jaar. Dit zou betekenen dat synthetische additieven zoals E250 vanaf ongeveer 2027 mogelijk verboden zouden zijn in vleesproducten. De Europese Commissie heeft dit nog niet officieel goedgekeurd, maar het laat zien dat er grote druk is vanuit het Parlement en gezondheidsorganisaties zoals Foodwatch. Landen zoals Denemarken hebben al strengere regels, en daar blijkt dat lagere niveaus veilig kunnen worden toegepast.
Wat betekent dit voor consumenten en industrie? Cleanlabel of scam?
Vleesproducenten moeten de komende 2-3 jaar hard zoeken naar alternatieven: bioprotectieve culturen, selderij- of bietenextract, plantenextracten en technieken als hogedrukbehandeling. Deze zijn duurder, geven andere kleur en smaak en vragen nieuwe validaties. De clean-label-druk explodeert: consumenten en retailers willen “zonder nitriet” of “zonder toegevoegde nitrieten”. Wie in 2025 nog geen nitrietvrij assortiment heeft, loopt achter en riskeert marktaandeel te verliezen zodra de strengere limieten (en mogelijk een verbod) er komen.
⮕ Echter zijn deze “clean-label” en “nitrietvrije” vleeswaren ook voor discussie vatbaar. Ze bevatten vaak selderij-, bieten- of acerola-extract dat in de fabriek met starterculturen bewust wordt omgezet in nitriet, precies hetzelfde werkzame nitriet als E250. Daardoor kunnen er eigenlijk nog steeds nitrosaminen ontstaan, vaak in vergelijkbare hoeveelheden als bij traditionele producten. Het “zonder toegevoegde nitrieten”-etiket is dus misschien een marketingtruc?
Nitraat uit groenten versus nitriet in vleeswaren
Groenten zoals rucola, spinazie en rode bieten bevatten hoge concentraties nitraat, dat pas in de mond en maag gedeeltelijk wordt omgezet in nitriet; deze omzetting gaat echter gepaard met grote hoeveelheden vitamine C en polyfenolen die de vorming van kankerverwekkende nitrosaminen effectief blokkeren. In vleeswaren wordt nitriet (E250) direct toegevoegd of via selderij-/bietenextract en starterculturen ter plaatse gevormd, zonder voldoende natuurlijke antioxidanten om die reactie te remmen. Daardoor ontstaat bij vleesconsumptie wel meetbare hoeveelheden nitrosaminen, terwijl dezelfde nitrietblootstelling uit groenten vrijwel geen risico oplevert. Het gezondheidseffect hangt dus niet af van de hoeveelheid nitriet zelf, maar van de context waarin het in het lichaam terechtkomt.
VOORBEELD: Waarom bietensap wel en salami niet goed is voor je bloed
Stel: je drinkt een halve liter bietensap. Dan stijgt het nitriet in je bloed langzaam naar een mooie piek van ongeveer 10–25 µmol/L (micromol per liter). Precies dat niveau laat je bloedvaten maximaal ontspannen: je bloeddruk daalt een paar punten, je spieren krijgen meer zuurstof en je voelt je fitter. Je lichaam vindt dit heerlijk. Eet je daarentegen 100–150 gram gewone salami of ham met toegevoegd nitriet, dan schiet datzelfde nitriet veel harder omhoog, vaak naar 40–60 µmol/L of meer. Je bloedvaten gaan nog wel even open, maar je bent al over het optimum heen. Een deel van het nitriet maakt nu methamoglobine aan: je bloed vervoert ineens een beetje minder zuurstof en het positieve effect is weg. Kortom: bietensap geeft je een rustige, perfecte piek en salami een te harde en snelle piek.
Wetenschappelijke Artikels




De geschiedenis van natriumnitriet
Duizenden jaren geleden: he gebruik van zout uit de gekste plekken
Vroeger had niemand koelkasten. Als je vlees langer dan een paar dagen goed wilde houden, moest je het pekelen in zout. Maar niet elk zout werkte even goed. Ze merkten al vroeg op dat vlees dat ze inwreven met zout uit bepaalde grotten, uit oude stallen of uit de woestijn van Chili veel mooier roze bleef en veel langer goed bleef. Dat zout zat vol met een wit spul dat ze salpeter noemden. Niemand wist wat het precies was, maar het werkte. In dat onzuivere zout zaten bacteriën die het salpeter (dat is nitraat) langzaam omzetten in nitriet. En dat nitriet is precies wat het vlees roze maakt en de gevaarlijke botulisme-bacterie doodt.
1700-1800: mensen maakten expres zout van mest en plas
In de tijd van Napoleon was salpeter ook nodig voor buskruit, een soort explosief mengsel. Er was een gigantisch tekort. Overal in Frankrijk stonden borden met “plassen gewenst voor het vaderland”. Ze groeven kuilen, gooiden er mest, aarde en kalk in, lieten mensen ertegen plassen en na een paar jaar zat er een witte korst op: salpeter. Precies hetzelfde spul ging ook in de ham en worst. Een deel van de roze ham van 200 jaar geleden kwam indirect uit een openbare pisbak.
1840: een Duitse professor ontdekt het echte geheim
Justus von Liebig, een Duitse scheikundige wilde precies weten waarom sommige zouten vlees roze maakten en andere niet.
Hij sneed vers vlees in stukjes en legde die in verschillende potjes:
- gewoon keukenzout → vlees werd grijsbruin
- salpeter (natriumnitraat uit grotten of mest) → pas na weken een beetje roze
- een klein beetje puur nitriet dat hij zelf had gemaakt → binnen een paar uur prachtig roze en fris ruikend
Hoe maakte hij dat nitriet zelf? Heel simpel: hij nam gewoon salpeter (dat overal te koop was), loste het op in water, verhitte het met een beetje ijzerpoeder of lood, en kookte het daarna. Door die verhitting nam het metaal één zuurstofdeeltje van het nitraat → nitraat werd nitriet. Wat overbleef waren witte kristallen: zuiver natrium nitriet.
Liebig snapte meteen dat al die eeuwen roze ham eigenlijk te danken was aan een piepklein beetje nitriet dat per ongeluk in vies zout zat.
Vanaf de jaren 1870 begonnen slagers in Duitsland en later in Amerika dat pure nitriet te gebruiken in plaats van te wachten op trage bacteriën in oud zout dat nitraat omzetten naar nitriet. Het verschil was gigantisch: altijd een mooie roze kleur, betere houdbaarheid en je had ook maar een paar gram nodig in plaats van kilo’s zout. Zo werd natrium nitriet geboren zoals wij het nu kennen als E250, nog zonder nummer, maar wel al precies hetzelfde spul dat we vandaag kennen.
1900-1925: drie Duitse chemici en een wereldoorlog maken nitriet goedkoop en alomtegenwoordig
In iets meer dan tien jaar tijd vonden drie Duitse scheikundigen een manier uit om iets te maken wat de hele wereld veranderde, en uiteindelijk ook jouw boterham.
- 1902: Wilhelm Ostwald ontdekt hoe je ammoniak met een platina-katalysator kunt omzetten in stikstofoxiden (het Ostwald-proces).
- 1909-1913: Fritz Haber vindt uit hoe je uit gewone luchtstikstof en waterstof (uit aardgas of steenkool) ammoniak kunt maken. Carl Bosch maakt dat proces fabrieksrijp (Haber-Bosch-proces).
- 1913: in Oppau (bij Ludwigshafen) draait de eerste ammoniakfabriek van BASF, meteen 30 ton per dag.
Waarom was dit zo belangrijk?
Voor de Eerste Wereldoorlog haalde Duitsland zijn nitraat (voor bommen én voor kunstmest) bijna helemaal uit Chili. Toen de Engelse marine die schepen blokkeerde, dreigde Duitsland zonder explosieven en zonder eten te zitten. Dankzij Haber, Bosch en Ostwald had Duitsland binnen een paar jaar zijn eigen, onbeperkte nitraat- en nitrietvoorraad gemaakt uit lucht en steenkool. Dat verlengde de oorlog met jaren, en redde tegelijk miljoenen mensen van hongersnood (want dezelfde fabrieken maakten ook kunstmest).
Na de oorlog waren die fabrieken er nog steeds. Er kwam ineens heel veel goedkope ammoniak en nitriet op de markt, veel meer dan voor bommen nodig was. De chemische industrie ging op zoek naar een nieuwe afzet: de voedselmarkt.
- 1923-1925: uitgebreide tests in de VS en Duitsland laten zien dat een klein beetje zuiver natrium nitriet botulisme perfect blokkeert, vlees mooi roze houdt en veel minder zout nodig maakt.
- 1925: de Amerikaanse overheid (USDA) keurt natrium nitriet officieel goed als conserveermiddel in vlees, met een maximum van 200 parts per million (0,02 %), dat is 200 gram nitriet op 1 miljoen gram vlees, ofwel 0,02 gram per 100 gram ham (één zoutkorreltje op tien plakjes).
Europa volgt kort daarna:
- Duitsland: al eind jaren 1920 (ze waren de uitvinders).
- Nederland: 1930-1934 (officieel in rookworst en ham).
- Groot-Brittannië: 1933.
- De rest van Europa: vooral na 1945, maar in de praktijk al veel eerder in Duitsland, Nederland, Denemarken en Frankrijk.
In 1925 werd natrium nitriet officieel goedgekeurd als conserveermiddel in vlees. Vanaf dat moment zit het in bijna alles: ham, bacon, knakworst, salami, droge worst. Wat vroeger een duur en vies bijproduct van mest of Chileense woestijn was, is nu een goedkoop, zuiver poeder dat uit lucht en aardgas komt.
1970-1985: de nitrosamine-paniek en bijna het einde van E250
In de jaren 70 ontstond er een schok in de vleeswereld. Wetenschappers ontdekten dat nitriet in vlees, vooral als je het bakt of frituurt (bijvoorbeeld bacon), onder bepaalde omstandigheden kan reageren met amines (natuurlijke eiwitresten in vlees). Het resultaat: nitrosamines, stoffen die in dierstudies (muizen en ratten) kanker veroorzaakten.
De ontdekking begon met een onderzoek uit 1972 van Amerikaanse en Duitse wetenschappers. In 1976-1978 sloegen de kranten alarm: “Giftige kankerstof in je ontbijtbacon!”
In 1978 kondigde de Amerikaanse overheid (USDA en FDA) aan dat ze nitriet volledig wilden verbieden. De vleesindustrie raakte in paniek: zonder nitriet zouden bacon, ham en worst weer grijs worden en zou botulisme weer levens kunnen kosten. Ironisch niet?
Na jarenlange discussies en nieuw onderzoek bleek:
- Nitrosamines ontstaan vooral bij hele hoge temperaturen (frituren) en zonder bescherming.
- Vitamine C (ascorbinezuur) en zijn neefje erythorbinezuur blokkeren de vorming bijna volledig.
- De doses nitriet konden omlaag zonder dat botulisme terugkwam.
De oplossing (1980-1985):
- Bacon: maximum verlaagd van 200 naar 120 ppm + verplicht 550 ppm vitamine C of erythorbinezuur.
- Ander vlees: vaak verlaagd naar 150-156 ppm + aanbevolen vitamine C.
- Extra controles op nitrosamines in het eindproduct.
Vanaf dat moment werd vitamine C standaard toegevoegd aan bijna alle vleeswaren met nitriet, iets wat je vandaag op de ingrediëntenlijst herkend onder E300 of E316. Het was het grootste crisis-moment in de geschiedenis van E250, maar het leidde wel tot veel veiliger regels en lagere doses die we vandaag nog steeds gebruiken.
Vandaag
Vandaag de dag is natrium nitriet (E250) nog steeds onmisbaar, maar het staat onder grote druk. De EU heeft sinds oktober 2025 nieuwe, lagere limieten: meestal 100–150 mg per kilo vlees, en in landen als Denemarken al 60 mg/kg of minder. In de VS blijft het 200 ppm (120 ppm voor bacon), maar altijd met verplichte vitamine C erbij. De veilige dagelijkse inname is nu 0,07 mg per kilo lichaamsgewicht, veel lager dan vroeger.
Veel mensen willen liever “nitriet-vrij” vlees; 60–70 % van de Europeanen zegt dat in enquêtes. Maar de meeste “natuurlijke” worsten gebruiken selderij-, bieten- of radijs-extract dat in het vlees alsnog nitriet wordt, alleen mag het dan geen E250 heten. Echt zonder nitriet is nog bijna niet mogelijk op grote schaal.
Kortom: nitriet is vandaag veiliger en in kleinere doses aanwezig dan ooit het geval was, maar de publieke twijfel groeit, de regels worden steeds strenger en de vleesindustrie zoekt naar een “clean-label”-oplossing. De discussie is nog lang niet voorbij.
Feitjes
- Je lichaam maakt zelf nitriet: Je speeksel bevat bacteriën die nitraat (uit groenten zoals rucola, spinazie, rode bieten, radijs etc.) omzetten in nitriet. Elke dag slik je 50–100 mg nitriet door.
- Zonder nitriet was de Tweede Wereldoorlog misschien anders gelopen: Duitsland maakte dankzij Haber-Bosch/Ostwald nitriet uit lucht → explosieven én voedselconservering. Zonder dat proces hadden ze misschien geen munitie meer gehad na 1915.
- E250 redt nog steeds levens: wereldwijd voorkomt nitriet jaarlijks duizenden tot tienduizenden botulisme-doden. In landen waar het verboden is komen botulisme-uitbraken direct terug.
- Astronauten eten E250 in de ruimte: NASA gebruikt nitriet in ruimtevoedsel omdat het jarenlang veilig blijft zonder koelkast.
- Zelfmoordpogingen: Puur natrium nitriet (99,9 %) wordt soms misbruikt (online te koop als “zout” of “conserveerzout”). Een theelepel is al dodelijk, daarom staat er sinds 2023 een waarschuwing op in Nederland.
- In Japan mag je 3× zoveel nitriet gebruiken als in Denemarken: Japan: tot 500 ppm in sommige producten, Denemarken: slechts 60 mg/kg → dezelfde stof, totaal andere regels.
- Nitriet is ook een medicijn: In ziekenhuizen wordt natrium nitriet gebruikt als tegengif bij cyanide-vergiftiging en als bloedvatverwijder.
