E422, Glycerine

E422: VAN BIODIESEL TOT BROWNIE?

Wat is E422 in voeding?

Heb je ooit van E422 gehoord? Misschien niet, maar de kans is groot dat je het elke dag binnenkrijgt zonder het door te hebben. Het staat ook bekend als glycerine of glycerol. Deze kleurloze, geurloze vloeistof lijkt op siroop en heeft een lichtzoete smaak. Chemisch gezien hoort het tot de suikeralcoholen.

Wat is de functie van E422 in voeding?

E422 ALS VOCHTVASTHOUDER - primaire functie

Glycerol werkt primair als vochtvasthouder (ook wel humectant genoemd) door vocht uit de lucht aan te trekken en dat stevig vast te houden in het product. Daardoor droogt het niet uit en blijft het langer zacht en sappig. Het is een soort hygroscopisch trucje: een stof die vocht uit de omgeving absorbeert en vasthoudt, net zoals bv. zout in een zoutvaatje soms klontjes vormt omdat het luchtvocht aantrekt. Deze eigenschap maakt glycerol perfect voor producten die mals moeten blijven.

  • Neem bv. brownies of muffins: zonder glycerol worden ze na een dag al droog en kruimelig, maar met een beetje glycerol erin blijven ze dagenlang vochtig en heerlijk zacht.

E422 ALS verdikkingsmiddel

Glycerol werkt ook als verdikkingsmiddel door de viscositeit van een product te verhogen, waardoor het dikker en voller aanvoelt in de mond. Viscositeit beschrijft hoe stroperig een vloeistof is: een lage viscositeit betekent dat iets dun is en snel vloeit, zoals water, terwijl een hoge viscositeit zorgt voor een trage, dikke stroom, zoals bij honing. Doordat glycerol zelf een zeer viskeuze vloeistof is, brengt het die eigenschap over op het eindproduct en creëert het een rijke, gladde textuur.

  • Een goed voorbeeld van glycerol als verdikkingsmiddel is in roomijs. Zonder glycerol zou het ijs vaak wateriger aanvoelen, sneller smelten en soms zelfs ijskristallen vormen, wat een korrelige textuur geeft. Door glycerol toe te voegen, verhoogt het de viscositeit, waardoor het ijs romiger, gladder en voller wordt in de mond.

E422 ALS stabilisator

Glycerol werkt ook als stabilisator door emulsies in een product mooi bij elkaar te houden en te voorkomen dat ingrediënten gaan scheiden. In een mengsel van water en olie (zoals in dressings of sauzen) zorgt het ervoor dat alles gelijkmatig verdeeld blijft, zonder dat er een laagje olie bovenop komt drijven. Het maakt het product dus homogeen en stabiel gedurende de houdbaarheid.

  • Een goed voorbeeld is mayonaise of sladressing: zonder glycerol zou de saus sneller uit elkaar vallen, maar met glycerol blijft hij mooi glad en romig, zelfs na weken in de koelkast.

E422 ALS textuurverbeteraar

Glycerol werkt ook als textuurverbeteraar door het mondgevoel van een product te verfijnen: het maakt de textuur zachter, gladder en romiger, wat bijdraagt aan een aangename en luxe sensatie tijdens het consumeren.

  • Bv.: Mentos-snoepjes. Glycerol zorgt hier voor een zachte, gladde en langdurig prettige textuur die langzaam smelt en een romig mondgevoel geeft, zonder dat het snoepje hard, korrelig of plakkerig wordt.

E422 als Zoetstof

Glycerol kan ook als zoetstof optreden, maar dat gebeurd zeldzaam. Het geeft een lichte, milde zoetheid. Die zoetheid komt rustig en langzaam vrij, en combineert vaak met een vol, zacht mondgevoel. Fabrikanten gebruiken het vooral in producten waar ze minder suiker willen, maar geen kunstmatige zoetstoffen zoals aspartaam of stevia.

E422 ALS oplosmiddel

Glycerol heeft ook een functie als oplosmiddel in voedingsmiddelen. Het wordt gebruikt om smaakstoffen, kleurstoffen of extracten beter op te lossen en gelijkmatig te verdelen. Dit is een ondersteunende rol die vaak overlapt met andere functies.

FUNCTIES SAMENGEVAT

Glycerol is dus een multitasker in je eten en drinken. Het maakt dingen dikker en stroperiger (verdikkingsmiddel), houdt sauzen en emulsies netjes bij elkaar (stabilisator), voorkomt uitdroging zodat cakes mals blijfven (vochtvasthouder), geeft een luxer, romiger mondgevoel (textuurverbeteraar), helpt smaken en kleurstoffen goed mengen (oplosmiddel) en levert zelfs een milde zoetheid (zoetstof). Vaak doet het ook meerdere jobs tegelijk!

Hoe wordt E422 geproduceerd? 💧

Wist je dat er diverse manieren zijn om glycerine te maken? Hoewel het complex lijkt, is het in feite simpelweg scheikunde met een beetje creativiteit. 

plantaardige olie: de populairste manier 🌾

Fabrikanten maken glycerine uit plantaardige oliën zoals soja-, palm- of raapzaadolie via hydrolyse, een proces waarbij ze olie afbreken met water. Onder hoge temperatuur en druk splitsen de oliecomponenten: het vet valt uiteen in vetzuren en glycerine, het heldere stroperige stofje dat je in lippenbalsem, snoep en andere producten vindt.

 

Voorbeeld met soja olie

Detailed close-up of uncooked soy beans showcasing their texture and natural color.

Soja olie wordt geperst uit de zaden van de sojaplant. In die zaadjes zit vet, en dat vet bestaat uit triglyceriden. 

  • Wat is een triglyceride? Een molecuul bestaande uit 1 Glycerine + 3 Vetzuren. Dit wordt behandeld met water onder hoge temperatuur en druk (=hydrolyse). De verbindingen worden verbroken door water. 
  • De vetzuren gaan niet verloren. In de voedingsindustrie worden ze gebruikt om emulgatoren te maken. Op etiketten herken je dat onder de noemer E471 (mono- en diglyceriden van vetzuren) of E472 (afgeleide daarvan). 

Na deze scheiding is de glycerine nog een troebel mengsel vol restjes vet en water. In de fabriek wordt ze verhit, gefilterd, gedestilleerd, en gebleekt totdat er een heldere siroop over blijft. 

glycerine uit biodiesel: zelfde inhoud ander proces 🛢️

In plaats van water, wordt bij deze methode alcohol (meestal methanol) gebruikt om plantaardige olie te scheiden. Dat proces wordt transesterificatie genoemd. Alweer een ander chic woord voor ‘afbreken met alcohol’. De olie reageert met alcohol, waardoor de vetzuren in de olie worden omgezet in biodiesel en het glycerinemolecuul als bijproduct vrijkomt. Deze glycerine lijkt een beetje op de plantaardige glycerine die je in voedsel vaak tegenkomt, maar het is bruinig en vol restjes methanol, zouten en zeep. Soms reageren vetzuren niet volledig met alcohol en vormen zeep. Voor industrieel gebruik is dat prima (voor producten zoals zeep, lijm, antivries of veevoer), maar voor voeding moet het flink gezuiverd worden. Wanneer producenten de ruwe glycerine  zuiveren kan deze ook in voedsel worden gebruikt, maar anders niet. 

Het onderscheid met hydrolyse is opvallend: bij hydrolyse wordt olie met water afgebroken, wat glycerine veel schoner uit de beginfase brengt waardoor het makkelijker geschikt is voor voeding. Bij transesterificatie wordt alcohol gebruikt en is het bijproduct ruwer.

Kortom: beide processen beginnen bij olie en eindigen met glycerine, maar de weg ernaartoe bepaalt of het op je bord belandt. 

Dierlijk vet: vroeger veel gebruikt 🐄

Sinds de opkomst van plantaardige oliën rond eind 19e eeuw is glycerine uit dierlijk vet vrijwel helemaal verdwenen. Het dierlijke vet werd gesplitst door middel van water en een soort van ‘base’ (een proces dat verzeping wordt genoemd) waardoor vetzuren en glycerine vrijkwamen. Die glycerine werd af en toe in voedsel of zeep toegepast, maar zat vol restjes en was troebel. 

Bovendien zijn plantaardige bronnen ook goedkoper en beter geschikt voor vegan en halal producten. Dierlijke vetten waren schaars, leverden minder glycerine per kilo en moesten extra worden gezuiverd, waardoor ze veel duurder waren dan de massaal beschikbare plantaardige oliën. 

fermentatie: de duurzame trend 🧫

De fermentatieve productie van glycerine is eigenlijk al meer dan 150 jaar oud. Ze werd voor het eerst gebruikt aan het einde van de 19e eeuw, maar kreeg echt vaart tijdens de Eerste Wereldoorlog. Toen was glycerine essentieel voor de productie van explosieven (nitroglycerine), en er was een tekort aan zowel dierlijke als plantaardige vetten. Daarom begonnen wetenschappers gisten te gebruiken die suiker konden omzetten in glycerine. 

Het is dus geen hedendaagse ontdekking, maar een oude uitvinding uit de crisisperiode die nu opnieuw in de belangstelling staat vanwege haar duurzaamheid en natuurlijke eigenschappen. Het wordt gemaakt zonder vetten, enkel met suiker en een beetje hulp van gisten. Hiervoor heb je geen oliegewassen of landbouwgrond nodig. De microben doen hun werk met restjes uit de landbouw. Het proces lijkt op hoe voedsel wordt gefermenteerd, net als bij bier of yoghurt. Geen industriële processen, simpelweg microben die suikers omzetten in iets waardevol. 

Deze methode levert echter wel minder glycerine op dan een palmnoot of sojaboon, waardoor de plantaardige methode voorlopig de winnaar blijft. 

Waar vind je E422 glycerine in voeding?

Close-up of homemade granola with oats and raisins, showcasing a healthy snack option.

In de wereld van voeding speelt glycerine een grotere rol dan je zou denken, ook al merk je er zelf niets van. Het heeft geen opvallende smaak of geur, maar zit wel in verrassend veel producten. Glycerine zorgt er voor dat voedsel zacht, vochtig en lang houdbaar blijft. Denk aan producten zoals koekjes, ontbijtgranen, gebak, snoep, suikervrije snacks of kauwgom. Het voorkomt uitdroging en voegt wat  zoetheid toe.

Het is een stille helper die achter de schermen meer doet dan je zou denken. Dus wanneer je iets zacht, chewy of glanzend ziet en langer houdbaar is dan je oma’s cake, is de kans groot dat daar glycerine in zit.

Is E422 in voeding veilig?

Wist je dat ons lichaam zelf ook glycerine (of glycerol) produceert? Een van de eerste energiebronnen voor ons lichaam is suiker. Het is pas wanneer het op is dat het vet afbreekt, waardoor glycerine vrijkomt. Deze natuurlijke glycerine ondersteunt het energieproductieproces en zorgt ervoor dat het lichaam efficiënt functioneert. Glycerine dat we via onze voeding consumeren, is hetzelfde molecuul, maar is vaak aanwezig in bewerkte producten die extra calorieën en additieven bevatten. Hierdoor kunnen de gevolgen variëren.

stomach pain, man, jeans, sweater, pains, appendicitis, bloating, diarrhea, stomach acid, disease, food intolerance, stomach pain, stomach pain, stomach pain, stomach pain, stomach pain, bloating, diarrhea

Een kleine hoeveelheid van glycerine kan door ons lichaam verdragen worden. Echter, bij hogere doses kunnen er diverse bijwerkingen optreden. Glycerine beschikt over een sterke capaciteit om vocht te binden, wat kan leiden tot een laxerend effect in de darmen. Ja, glycerine zit ook in laxeerpillen om je spijsvertering een zetje te geven! Het kan resulteren in klachten zoals:

  • Opgeblazen gevoel
  • Buikpijn of krampen
  • Diarree
  • Misselijkheid
  • Uitdroging

Wat zegt de EFSA over E422 in voeding?

‘ADI’ staat voor aanvaardbare dagelijkse inname. Dat is een soort veiligheidslimiet die aangeeft hoeveel je dagelijks van een bepaalde stof mag consumeren zonder dat dit schadelijk is voor je gezondheid. Wetenschappers van instellingen zoals de EFSA (in Europa) en de WHO (internationaal) berekenen dit met zorg. Ze testen deze stoffen grondig en houden vervolgens een veiligheidsmarge aan. Zo zijn ze zeker dat wat in ons eten zit, veilig is. 

De conclusie voor E422: Het is zo veilig dat ze geen specifieke grens hoeven vast te stellen. Dit betekent dat je er bij ‘normaal gebruik’ niet te veel van kun binnenkrijgen. In 2017 heeft de EFSA glycerine opnieuw geëvalueerd tijdens een herevaluatie van oudere additieven. Er werd ontdekt dat bepaalde soorten glycerol kleine hoeveelheden ongewenste stoffen bevatten, zoals resten van zware metalen of andere bijproducten van de productie. E422 wordt over het algemeen gezien als veilig, alleen moet de manier waarop het wordt gemaakt goed gecontroleerd worden.

Recente artikels over GLYCERINE in voeding

Nieuwe artikels van 2025 laten zien dat er serieuze bijwerkingen bij kinderen kunnen optreden na het drinken van dranken met glycerol. Het laat zien dat zelfs goedgekeurde additieven niet altijd helemaal zonder risico zijn, vooral bij jongeren. Voor volwassenen blijft het veilig. Stiekem blijf ik wel een beetje twijfelen bij deze vaststelling, omdat ik geloof dat alles wat industrieel is , niet voor ons lichaam bedoeld is. 

De geschiedenis van glycerine: van zeep tot voeding

Het begon allemaal bij zeep. Mensen maken al eeuwenlang zeep door vet te verhitten met loog (een soort van bijtende soda). Daarbij ontstond er ook een stroperige vloeistof, maar niemand besteedde er aandacht aan. Af en toe bleef het in de zeep, terwijl het op andere momenten met het spoelwater werd weggegooid. Het was simpelweg een restproduct, onbelangrijk. Tot in 1779 een nieuwsgierige Zweedse apotheker, Carl Wilhelm Scheele, zich afvroeg: wat is dit exact?

In plaats van zich te richten op de zeep, bestudeerde hij wat er nog overbleef. Wat hij ontdekte, was een zoete, glanzende substantie. Hij proefde het, bestudeerde het verder en gaf het de naam glycerine, die afkomstig is van het Griekse woord glykys wat ‘zoet’ betekent. Hoewel hij niet wist dat het ooit in voedsel zou komen, vormde zijn nieuwsgierigheid wel de fundamenten. Glycerine kreeg voor het eerst de status van een zelfstandige stof en werd niet langer als zeeprestje beschouwd.

In de periode van Scheele werd glycerine niet ingezet als ingrediënt, omdat ze er destijds nog niet mee bezig waren. Op welke manier kwam het in ons voedsel terecht? Dat was in feite een slimme beslissing van de farmaceutische en voedingsindustrie aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw. De farmaceuten realiseerden zich al vroeg dat glycerine een perfect oplosmiddel was voor medicijnen en siropen, lekker zoet en goedkoop. Voedselproducenten waren daar ook enthousiast over: een goedkope manier om producten langer vers te houden, vocht vast te houden en de textuur lekker zacht te maken.

Vroeger hielden we ons voedsel vers en zacht met natuurlijke ingrediënten zoals zout, suiker, drogen of fermenteren. Simpel, maar wel arbeidsintensief. Vandaag pakken we dat op een andere manier aan. Stoffen zoals glycerine vergemakkelijken, verlagen de kosten en zijn vooral geschikt voor massaproductie. Het sluit uitstekend aan bij het snelle en efficiënte voedselsysteem van tegenwoordig, waar houdbaarheid en winst meer prioriteit krijgen dan traditie.

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *