Zwaveldioxide (SO₂) is een kleurloos gas dat direct herkenbaar is aan zijn scherpe, prikkelende geur, vaak omschreven als die van een net aangestoken lucifer. Al bij zeer kleine hoeveelheden is het goed waarneembaar. Het gas zelf heeft geen smaak, maar wanneer het aanwezig is in voedsel of drank kan het een licht zure of samentrekkende indruk geven. Je ziet het niet, maar je merkt het vrijwel altijd via geur en een lichte prikkeling.
Wat zijn de functies van E220?
E220 ALS conservator - primaire functie
Zwaveldioxide helpt producten langer goed te blijven door de groei van ongewenste micro-organismen te remmen. Denk aan wilde gisten, schimmels zoals Aspergillus en Penicillium, en bacteriën zoals melkzuurbacteriën (Lactobacillus). Deze microben kunnen eten en drinken laten bederven door zure geuren, vreemde smaken of een onaangename textuur te veroorzaken. Bij gedroogde rozijnen voorkomt zwaveldioxide bijvoorbeeld dat ze zuur gaan smaken of anders ruiken, zodat ze langer lekker blijven. Door dit effect is zwaveldioxide dus niet alleen een algemeen conserveermiddel, maar werkt het ook specifiek antimicrobieel, waardoor ongewenste fermentatie of bederf wordt voorkomen.
E220 ALS antioxidant
Zwaveldioxide beschermt producten tegen zuurstof, waardoor smaak, geur en voedingsstoffen behouden blijven. Het reageert eerst zelf met zuurstof, zodat deze niet kan reageren met de moleculen die voor de frisse smaak of het aroma zorgen. In appelcider voorkomt dit bijvoorbeeld dat de drank muf wordt of vlak gaat smaken.
E220 als kleurstabilisator
Zwaveldioxide helpt de natuurlijke kleuren van voedsel en dranken te behouden. Het voorkomt dat stoffen zoals polyfenolen door zuurstof of enzymen bruin worden, waardoor het product er aantrekkelijk blijft uitzien. Zo blijft bijvoorbeeld witte wijn helder en licht van kleur in plaats van troebel of donkerder te worden. Bij deze functie gaat het vooral om het behoud van kleur, terwijl smaak en aroma eerder door de antioxidantwerking worden beschermd.
E220 ALS bleekmiddel
Zwaveldioxide kan worden gebruikt om ongewenste verkleuringen in producten tegen te gaan. In meel reageert het bijvoorbeeld met karoteen en andere natuurlijke pigmenten die het meel een gelige kleur geven. Door deze reactie worden de pigmenten afgebroken of geneutraliseerd, waardoor het meel lichter en helder wordt. Zo ontstaat een egale, witte kleur die brood, gebak en andere bakproducten aantrekkelijker maakt. Bij deze functie draait het vooral om het visueel verbeteren van het product, terwijl smaak, kleur, geur en houdbaarheid worden beschermd door andere eigenschappen van zwaveldioxide, zoals antioxidant, kleurstabilisator en conserveermiddel.