E220 (SULFUR DIOXIDE): JE GEDROOGD FRUIT WORDT GECONSERVEERD MET GAS.

Wat is E220 in voeding?

Zwaveldioxide (SO₂) is een kleurloos gas dat direct herkenbaar is aan zijn scherpe, prikkelende geur, vaak omschreven als die van een net aangestoken lucifer. Al bij zeer kleine hoeveelheden is het goed waarneembaar. Het gas zelf heeft geen smaak, maar wanneer het aanwezig is in voedsel of drank kan het een licht zure of samentrekkende indruk geven. Je ziet het niet, maar je merkt het vrijwel altijd via geur en een lichte prikkeling.

Wat zijn de functies van E220?

E220 ALS conservator - primaire functie

Zwaveldioxide helpt producten langer goed te blijven door de groei van ongewenste micro-organismen te remmen. Denk aan wilde gisten, schimmels zoals Aspergillus en Penicillium, en bacteriën zoals melkzuurbacteriën (Lactobacillus). Deze microben kunnen eten en drinken laten bederven door zure geuren, vreemde smaken of een onaangename textuur te veroorzaken. Bij gedroogde rozijnen voorkomt zwaveldioxide bijvoorbeeld dat ze zuur gaan smaken of anders ruiken, zodat ze langer lekker blijven. Door dit effect is zwaveldioxide dus niet alleen een algemeen conserveermiddel, maar werkt het ook specifiek antimicrobieel, waardoor ongewenste fermentatie of bederf wordt voorkomen.

E220 ALS antioxidant

Zwaveldioxide beschermt producten tegen zuurstof, waardoor smaak, geur en voedingsstoffen behouden blijven. Het reageert eerst zelf met zuurstof, zodat deze niet kan reageren met de moleculen die voor de frisse smaak of het aroma zorgen. In appelcider voorkomt dit bijvoorbeeld dat de drank muf wordt of vlak gaat smaken.

E220 als kleurstabilisator

Zwaveldioxide helpt de natuurlijke kleuren van voedsel en dranken te behouden. Het voorkomt dat stoffen zoals polyfenolen door zuurstof of enzymen bruin worden, waardoor het product er aantrekkelijk blijft uitzien. Zo blijft bijvoorbeeld witte wijn helder en licht van kleur in plaats van troebel of donkerder te worden. Bij deze functie gaat het vooral om het behoud van kleur, terwijl smaak en aroma eerder door de antioxidantwerking worden beschermd.

E220 ALS bleekmiddel

Zwaveldioxide kan worden gebruikt om ongewenste verkleuringen in producten tegen te gaan. In meel reageert het bijvoorbeeld met karoteen en andere natuurlijke pigmenten die het meel een gelige kleur geven. Door deze reactie worden de pigmenten afgebroken of geneutraliseerd, waardoor het meel lichter en helder wordt. Zo ontstaat een egale, witte kleur die brood, gebak en andere bakproducten aantrekkelijker maakt. Bij deze functie draait het vooral om het visueel verbeteren van het product, terwijl smaak, kleur, geur en houdbaarheid worden beschermd door andere eigenschappen van zwaveldioxide, zoals antioxidant, kleurstabilisator en conserveermiddel.

In welke producten vind je E220?

Hoe wordt sulfur dioxide geproduceerd?

De Bronnen van Zwaveldioxide: Waar Het Allemaal Begint

Zwaveldioxide (E220) begint bij elementaire zwavel (een geel mineraal dat eruitziet als gele poeder of blokken). Die zwavel komt uit verschillende bronnen, maar de overweldigend populairste en grootste methode vandaag (meer dan 90% van de wereldproductie in 2025-2026) is als bijproduct uit olie- en gasraffinage via het Claus-proces. Dit is modern, goedkoop en milieuvriendelijk: ruwe olie en aardgas bevatten vaak stinkend zwavelgas (H₂S), dat eruit gehaald moet worden om het product schoon te maken. Dat zwavelgas wordt omgezet in pure zwavel: afval wordt dus grondstof!

Andere bronnen zijn veel kleiner en minder gebruikt nu:

  • Pyriet en andere ertsen (zoals koper- of zinkerts): Zwavel zit vast in deze mineralen. Door verhitten komt het vrij als gas, dat opgevangen wordt. Dit is een klein deel, maar slim hergebruik uit de metaalindustrie.
  • Frasch-proces (direct delven uit zoutkoepels ondergronds): Vroeger dominant (vooral in de VS tot 1970), waarbij heet water in de grond gepompt werd om zwavel te smelten en omhoog te zuigen. Dit gebeurt nu bijna nergens meer (alleen nog heel beperkt in Polen, Oekraïne en Mexico), omdat het duur en minder milieuvriendelijk is.
  • Vulkanische afzettingen (natuurlijke zwavel in vulkanische gebieden): Zwavel vormt zich hier door gassen uit de aarde (zoals waterstofsulfide) die oxideren tot geel zwavel. Vroeger (bijv. op Sicilië of in Indonesië, Japan, Chili) werd dit met de hand gewonnen, denk aan gele korstjes rond kraters of fumaroles. Vroeger was zwavel winnen uit vulkanische gebieden eeuwenlang een belangrijke bron (denk aan Sicilië in de 19e eeuw), maar tegenwoordig levert het wereldwijd nog maar een heel klein percentage op (minder dan 1-2% van de totale productie). Het komt weinig op, is extreem gevaarlijk voor de arbeiders en veel te duur vergeleken met moderne methodes.
Aerial view of Kawah Ijen's sulfur mine with stunning turquoise lake in East Java, Indonesia.
refinery, oil refinery, oil, industry, mineral oil, refinery, refinery, refinery, refinery, oil refinery, oil refinery, oil refinery, oil refinery, oil refinery

Het Productieproces van Zwaveldioxide uit Olie- en Gaswinning: Stap voor Stap

Zwaveldioxide begint tegenwoordig dus bijna altijd bij zwavel die meekomt als bijproduct uit de olie- en gasindustrie. Dit is de populairste methode wereldwijd. Het proces heet het Claus-proces en het haalt zwavel uit “zuur gas”, dat is aardgas of olie die stinkt naar rotte eieren door het gasje waterstofsulfide (H₂S) erin. Fabrieken moeten H₂S eruit halen om het gas of de olie schoon, veilig en milieuvriendelijk te maken. Anders zou het giftig zijn en zure regen veroorzaken doordat zwaveldioxide uit ongezuiverde rookgassen in de lucht reageert met water en zuurstof, waardoor het verandert in zwavelzuur dat met de regen neervalt en alles zuurder maakt. Afval wordt dus een grondstof!

Gasontzwaveling door aminebehandeling (Acid Gas Removal)

Bij de winning en raffinage van aardolie en aardgas ontstaan gasstromen die waterstofsulfide (H₂S) bevatten. Omdat H₂S giftig en corrosief is, moet het eerst uit deze gasstromen worden verwijderd. Dit gebeurt in een acid gas removal-installatie, meestal gebaseerd op aminebehandeling (amine sweetening).

Het ruwe gas wordt in een absorptiekolom in tegenstroom in contact gebracht met een waterige amine-oplossing, zoals MDEA of MEA. De amine bindt het zure H₂S chemisch, terwijl het gezuiverde gas de installatie verlaat. De verzadigde amine-oplossing wordt daarna in een regeneratiekolom verhit, waardoor het H₂S weer vrijkomt. Zo ontstaat een afzonderlijke stroom zuur gas, bestaande uit een hoge concentratie H₂S, geschikt als voeding voor zwavelterugwinning.

Thermische CLAUS stap: gedeeltelijke verbranding van H₂S

Het geconcentreerde H₂S-gas wordt naar een Claus-oven geleid. In deze oven heersen zeer hoge temperaturen, meestal tussen 850 en 1200 °C. Hier wordt bewust slechts ongeveer één derde van het H₂S verbrand met zuurstof uit lucht. Tijdens deze verbranding ontstaat zwaveldioxide (SO₂) en waterdamp. Deze stap is cruciaal, omdat SO₂ nodig is om in de volgende fase elementaire zwavel te kunnen vormen. De hoge temperatuur zorgt ervoor dat de reactie snel en volledig verloopt, zonder gebruik van katalysatoren. Deze thermische stap bepaalt in grote mate de efficiëntie van het hele proces.

Vorming van elementaire zwavel via de katalytische Claus-reactie

Na de thermische stap stroomt het gasmengsel door een reeks katalytische Claus-reactoren, meestal twee tot drie, gevuld met een aluminiumoxide- of titaanoxidekatalysator. In deze reactoren reageert het overblijvende H₂S met het gevormde SO₂ tot elementaire zwavel en water. Tussen de reactoren wordt het gas telkens gekoeld in zwavelcondensors, zodat de gevormde zwavel kan condenseren en worden afgetapt. Door deze herhaalde opwarming, reactie en condensatie wordt het zwavelrendement sterk verhoogd.

Zwavelcondensatie en -opslag (Sulfur Recovery)

De gevormde zwavel condenseert bij afkoeling tot vloeibare zwavel en wordt verzameld in zwavelputten of opslagtanks. Na verdere koeling stolt de zwavel tot vaste vorm, zoals korrels, brokjes of granulaat. Met het standaard Claus-proces wordt doorgaans 95–98% van de zwavel uit het H₂S teruggewonnen.

Nabehandeling van restgassen (Tail Gas Treatment, TGTU)

Na de Claus-installatie is het grootste deel van de zwavel al uit het gas gehaald en opgevangen als vloeibare zwavel. Toch blijft er nog een gasstroom over die niet is gecondenseerd. Dit gas bestaat vooral uit onschuldige stoffen zoals stikstof, koolstofdioxide en waterdamp, maar bevat ook nog kleine hoeveelheden zwavelhoudende gassen. Die restjes zwavel zitten nog in gasvorm en mogen niet zomaar in de lucht worden uitgestoten, omdat ze schadelijk zijn voor mens en milieu.

Daarom gaat dit gas naar een extra zuiveringsstap, de zogenaamde tail gas treatment, vaak uitgevoerd volgens het SCOT-proces (Shell Claus Off-gas Treating). In deze installatie gebeurt eerst iets belangrijks: alle verschillende zwavelhoudende gassen die nog aanwezig zijn, worden omgezet in één en dezelfde stof, namelijk waterstofsulfide (H₂S). Dat gebeurt door het gas te verwarmen en het in contact te brengen met waterstof en een katalysator. Hierdoor verdwijnen zwaveldioxide en andere zwavelverbindingen, en blijft alleen H₂S over als zwavelhoudend gas.

Vervolgens wordt dit H₂S opnieuw uit het gas verwijderd met een wasvloeistof, op dezelfde manier als helemaal aan het begin van het proces. Het H₂S wordt daarbij afgescheiden als een aparte gasstroom en teruggeleid naar de Claus-installatie, waar het alsnog kan worden omgezet in elementaire zwavel. Op die manier gaat er vrijwel geen zwavel verloren. Het gas dat na deze behandeling overblijft bevat vrijwel geen zwavel meer. Het bestaat hoofdzakelijk uit onschadelijke gassen en kan daarom veilig via de schoorsteen worden afgevoerd. Deze stap zorgt er dus voor dat het proces milieuvriendelijk is en dat bijna alle zwavel uiteindelijk nuttig wordt hergebruikt.

Na alle eerdere stappen is de zwavel uit het olie- en gasproces niet meer in gasvorm aanwezig, maar als vaste, elementaire zwavel. Deze zwavel is al sterk gezuiverd en bevat geen giftige gassen meer. Toch kan vaste zwavel zelf niet direct worden gebruikt als conserveermiddel in voeding. Voor dat doel is zwaveldioxide (SO₂) nodig. Om dit te maken, wordt de vaste zwavel in een aparte, speciaal gecontroleerde installatie bewust en volledig verbrand met zuivere zuurstof. Bij deze verbranding ontstaat uitsluitend SO₂-gas en geen andere zwavelgassen. Omdat men start met zuivere zwavel en de verbranding volledig onder controle is, is ook het gevormde SO₂ veel schoner en beter voorspelbaar dan het SO₂ dat eerder in het Claus-proces ontstond. Na de verbranding wordt het SO₂-gas nog extra gezuiverd en gecontroleerd, zodat het voldoet aan de strenge eisen voor voedselveiligheid. Pas daarna mag het worden gebruikt als E220. 

Omzetting naar zwaveldioxide voor voedingsgebruik (E220)

Is E220 in voeding veilig of verdacht?

FAO/WHO (JECFA)

De Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives (JECFA), een internationaal wetenschappelijk comité van de Voedsel‑ en Landbouworganisatie (FAO) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), beoordeelt de veiligheid van voedseladditieven op basis van beschikbare toxicologische data wereldwijd. Voor zwaveldioxide (E 220) en sulfieten (E 221‑228) publiceerde JECFA zijn laatste uitgebreide evaluatie in 1998. Volgens deze evaluatie: 

  • Zwaveldioxide en verwante sulfietzouten zijn goedgekeurd als antioxidanten, conserveermiddelen en antiverkleuringsmiddelen in levensmiddelen.

  • JECFA stelde een vaste Acceptable Daily Intake (ADI) vast van 0 – 0,7 mg zwaveldioxide‑equivalent per kilogram lichaamsgewicht per dag. Deze ADI geldt voor de gehele groep sulfieten en is bedoeld om langdurige blootstelling veilig te houden.

EFSA

De EFSA heeft zwaveldioxide (E220) en de sulfieten (E221–E228) herbeoordeeld. Dit gebeurde in het kader van het programma om alle additieven die vóór 2009 waren goedgekeurd opnieuw te evalueren. De belangrijkste momenten zijn 2016 en een follow-up in 2022. Er is geen formele nieuwe opinie in 2025 die de conclusies fundamenteel verandert. 

  • 2016: EFSA stelde een tijdelijke groep-ADI van 0,7 mg SO₂-equivalenten per kg lichaamsgewicht per dag vast. Dit was gelijk aan JECFA’s waarde, maar tijdelijk van aard door onzekerheden in de data. Ze vroegen om extra studies.

     

  • 2022 (november): EFSA keek opnieuw naar zwaveldioxide en sulfieten. Ze kregen nieuwe informatie van de industrie en controleerden alle beschikbare studies, maar er bleek te weinig stevig en betrouwbaar bewijs. Daarom trokken ze de tijdelijke veilige dagelijkse hoeveelheid (de ADI van 0,7 mg per kg lichaamsgewicht) in. Sindsdien bestaat er geen officiële veilige limiet meer. In plaats daarvan gebruiken ze nu de Margin of Exposure (MOE), een soort veiligheidsmarge. Uit dierproeven zagen ze dat bij een dosis van 38 mg per kg lichaamsgewicht per dag lichte effecten op het zenuwstelsel begonnen (zoals vertraagde signalen in de ogen/brein). De marge (MOE) = 38 gedeeld door jouw dagelijkse inname (per kg gewicht). EFSA zegt: als die marge 80 of hoger is, vinden ze het waarschijnlijk veilig (er zit genoeg extra buffer in voor onzekerheden en gevoelige mensen). Is de marge lager dan 80? Dan is de inname te dicht bij die dosis met mogelijke effecten. Ze willen dus een MOE van minstens 80, wat betekent dat de maximale “veilige” inname effectief 38 ÷ 80 = 0,475 mg/kg/dag is (ongeveer 0,5 mg /kg). 

FDA

De FDA vindt zwaveldioxide en sulfieten veilig als conserveermiddel in voedingsmiddelen zoals wijn, gedroogd fruit en sappen, en noemt ze GRAS (generally recognized as safe) bij normaal gebruik.

  • Ze stellen geen vaste dagelijkse limiet vast, maar eisen dat producten met 10 ppm SO₂ of meer op het etiket “bevat sulfieten” vermelden, om astmapatiënten te waarschuwen. Zij kunnen er ademhalingsproblemen van krijgen.
  • Zwaveldioxide mag niet in vlees (vernietigt vitamine B1) en niet op verse rauwe groenten en fruit. Dit verbod kwam er in 1986 na meldingen van ernstige astma-aanvallen, soms met dodelijke afloop, bij mensen die sulfiet-behandelde salades of rauwe producten aten.
  • Recent (2025) liet de FDA toe om SO₂ met waterstofperoxide uit voedsel te verwijderen, om restanten verder te verlagen.

De FDA richt zich dus vooral op etikettering en bescherming van astmapatiënten, niet op een vaste inname-limiet.

 

De geschiedenis van sulfur dioxide

Toen zwavel nog gewoon “mysterieuze rook” was

Lang voordat mensen wisten wat chemie precies inhield, kenden ze zwavel al. In gebieden met vulkanen kwamen mensen vanzelf in contact met zwaveldampen. Die geur was scherp, prikkelend en moeilijk te negeren. Toch viel iets op: op plekken waar zwavelrook hing, leek voedsel minder snel te bederven en waren er minder insecten en schimmels. In oude beschavingen zoals Egypte, Griekenland en het Romeinse Rijk begon men zwavel bewust te verbranden. Niet omdat men wist wat zwaveldioxide was, maar omdat ervaring had geleerd dat de rook een “reinigend” effect had. Vooral wijnmakers ontdekten dat wijnvaten die met zwavelrook behandeld werden, ervoor zorgden dat wijn stabieler bleef tijdens opslag. Wat toen puur vakmanschap was, vormt vandaag de basis van het voedingsadditief dat we kennen als E220.

Van ervaring naar wetenschap

Eeuwenlang bleef het gebruik van zwavel vooral gebaseerd op traditie en praktijkervaring. Dat veranderde pas toen wetenschappers in de 17e en 18e eeuw verbranding en gassen systematisch begonnen te onderzoeken. Een belangrijke naam in die overgang is Antoine Lavoisier (foto links boven). Hij hielp aantonen dat verbranding geen mysterieus proces was, maar een reactie met zuurstof. Zijn werk veranderde hoe wetenschappers naar stoffen keken. Voor het eerst kon men verklaren waarom zwavel bij verbranding een specifiek gas vormt. Later bouwden onderzoekers zoals Humphry Davy (foto hieronder) verder op dit inzicht. Door het bestuderen van elementen en gassen werd duidelijk dat zwaveldioxide een aparte chemische stof was met herkenbare eigenschappen. Men ontdekte dat het bacteriën en schimmels kon remmen en oxidatie kon vertragen. Dat maakte het niet alleen interessant voor voedsel, maar ook voor industrie.

 

De industriële revolutie verandert alles

Toen steden groeiden en voedsel verder moest reizen, ontstond een enorme behoefte aan betere bewaarmethoden. Zwaveldioxide bleek ideaal omdat kleine hoeveelheden al effect hadden zonder voedsel sterk te veranderen. Tegelijk groeide de industriële chemie razendsnel. Zwaveldioxide werd op steeds grotere schaal geproduceerd door zwavel te verbranden of door zwavelhoudende ertsen te verhitten. Maar het echte keerpunt kwam met de ontwikkeling van het zogenaamde contactproces. Dit proces maakte het mogelijk om zwaveldioxide efficiënt om te zetten in zwavelzuur, een stof die vandaag tot de belangrijkste industriële chemicaliën ter wereld behoort. Het contactproces werkt eigenlijk volgens een logisch principe. Eerst ontstaat zwaveldioxide door het verbranden van zwavel of het verhitten van zwavelhoudende grondstoffen. Daarna wordt dit gas gemengd met zuurstof en langs een speciale katalysator geleid. Die katalysator zorgt ervoor dat de reactie sneller en efficiënter verloopt, waardoor zwaveldioxide wordt omgezet in zwaveltrioxide. In een laatste stap wordt deze stof opgelost om zwavelzuur te vormen. De introductie van dit proces betekende een enorme sprong vooruit voor de industrie. Voor het eerst kon men grote hoeveelheden sterk en zuiver zwavelzuur produceren. Dit maakte massaproductie mogelijk van producten die vandaag vanzelfsprekend lijken, zoals kunstmest, batterijen en tal van chemische grondstoffen. Daardoor groeide zwavelzuur uit tot een van de fundamenten van moderne industrie en landbouw.

De opkomst van olie, gas en wereldwijde industrie

In de 20e eeuw kreeg zwaveldioxide nog een grotere rol. Olie en aardgas bevatten vaak zwavelverbindingen die verwijderd moeten worden tijdens raffinage. Bij dat proces komt zwavel vrij, dat kan worden omgezet in zwaveldioxide en daarna in zwavelzuur. Daardoor werd zwaveldioxide onderdeel van een wereldwijde industriële keten. Het werd indirect nodig voor kunstmest, batterijen, metaalverwerking en chemische productie. Zonder deze processen zou de moderne industrie er heel anders uitzien. Hier veranderde zwaveldioxide van een praktisch hulpmiddel in een strategische industriële stof.

De keerzijde: luchtvervuiling en milieuwetten

Vanaf de jaren zestig en zeventig begon men de nadelen beter te begrijpen. Grote hoeveelheden zwaveldioxide in de lucht bleken bij te dragen aan zure regen en luchtvervuiling. Bossen, meren en landbouwgrond konden schade oplopen, en ook menselijke gezondheid bleek beïnvloed te worden. Deze inzichten zorgden voor strengere milieuwetgeving. Industrieën moesten filters installeren en technieken ontwikkelen om zwavel opnieuw te gebruiken in plaats van uit te stoten. Hierdoor veranderde niet alleen hoe zwaveldioxide werd gebruikt, maar ook hoe het werd geproduceerd.

Zwaveldioxide als E220 in voeding vandaag

Ondanks de milieuproblemen bleef zwaveldioxide belangrijk in voeding. Als E220 wordt het nog steeds gebruikt in bijvoorbeeld wijn en gedroogd fruit. De reden is eigenlijk dezelfde als duizenden jaren geleden: het remt micro-organismen en beschermt voedsel tegen oxidatie. Tegenwoordig bestaan er wel strikte regels over hoeveel gebruikt mag worden. Sommige mensen, vooral mensen met astma, kunnen gevoelig reageren op sulfieten. Daarom wordt het gebruik streng gecontroleerd.

De toekomst van zwaveldioxide

Vandaag probeert men een evenwicht te vinden. Zwaveldioxide blijft belangrijk voor industrie en voedselveiligheid, maar er wordt sterk ingezet op emissiereductie, recyclage van zwavel en ontwikkeling van alternatieve conserveermethoden. Waarschijnlijk zal zwaveldioxide niet verdwijnen, maar wel slimmer en gecontroleerder gebruikt worden dan ooit tevoren.

Sulfiet in ons lichaam

E220 behoort tot de groep van de sulfieten, een familie van zwavelhoudende conserveermiddelen (E220-E224). 

Hoe ziet het lichaam E220?

Wanneer je E220 of andere sulfieten binnenkrijgt, behandelt je lichaam ze als reactieve zwavelstoffen die beter snel omgezet worden naar een veiligere vorm. Het lichaam zet ze daarom om naar sulfaat (de stabiele eindvorm van zwavel in het lichaam). Wanneer sulfiet zich zou opstapelen, kan het namelijk eiwitten veranderen, oxidatieve stress verhogen en slijmvliezen irriteren. Om dit te voorkomen, volgt het lichaam een vaste strategie: reactieve stoffen worden zo snel mogelijk omgezet in een stabiele vorm en daarna uitgescheiden.

Van E220 tot uitscheiding: stap voor stap

  • Inname
    Je neemt E220 (zwaveldioxide) of een ander sulfiet op via voeding of drank.
  • In de maag
    Door het zure milieu kunnen sulfieten en zwaveldioxide gedeeltelijk in elkaar overgaan en daarna worden ze opgenomen in het bloed.
  • Omzetting in het lichaam
    Sulfiet wordt via enzymen omgezet naar sulfaat. Dit gebeurt vooral in de lever, maar ook in nieren, darmcellen en andere lichaamscellen (in de mitochondriën).
  • In het bloed
    Sulfaat circuleert kort in het bloed en kan deels gebruikt worden in normale lichaamsprocessen. Sulfaat kan opnieuw gebruikt worden bij ontgiftingsprocessen in de lever (=sulfatering), waar het helpt om hormonen, medicijnen en afvalstoffen beter oplosbaar te maken. Daarnaast wordt het gebruikt bij de opbouw en het onderhoud van weefsels, zoals kraakbeen, bindweefsel en beschermende slijmlagen in het lichaam.
  • Uitscheiding
    Overtollig sulfaat wordt door de nieren gefilterd en via urine uitgescheiden.

➡ De belangrijkste functie van sulfaat in het lichaam is helpen om stoffen wateroplosbaar te maken zodat ze uitgescheiden kunnen worden. Daarnaast wordt sulfaat ook gebruikt bij de opbouw en het onderhoud van bepaalde weefsels.

te hoge opname van sulfieten

Bij een hogere inname van sulfiet moet het lichaam meer sulfiet tegelijk omzetten naar sulfaat via ontgiftingsenzymen. Als die capaciteit tijdelijk wordt overschreden, kan sulfiet langer in het lichaam aanwezig blijven en klachten veroorzaken. Mogelijke klachten bij een te hoge inname zijn onder andere hoofdpijn, misselijkheid, buikklachten en huidreacties. Bij gevoelige personen, en vooral bij mensen met astma, kan dit ook leiden tot benauwdheid, luchtwegirritatie en piepende ademhaling.

Wat feitjes

  • Grote vulkaanuitbarstingen kunnen zoveel zwaveldioxide uitstoten dat ze het klimaat tijdelijk kunnen afkoelen.

  • In de 20e eeuw droeg zwaveldioxide sterk bij aan zure regen die bossen en meren beschadigde.
  • In hoge concentraties kan het gas de luchtwegen ernstig irriteren en verstikkend werken.
  • De stof is essentieel voor de productie van zwavelzuur, een basisgrondstof voor kunstmest en industrie (batterijen, metalen, etc).
  • Historisch zorgde zwaveldioxide-smog in industriesteden voor gezondheidscrisissen.
  • De Romeinen maakten zwavelkaarsen door natuurlijke zwavel te smelten en te vormen. Bij verbranding kwam zwaveldioxide vrij, dat ze gebruikten om huizen te ontsmetten en toga’s witter te bleken.
  • SO₂-niveaus in ijskernen helpen oude vulkaanuitbarstingen te traceren, zoals Tambora in 1815, die het “jaar zonder zomer” veroorzaakte.
  • Gedroogd fruit kan tot ongeveer 2.000 ppm zwaveldioxide (SO₂) bevatten om verkleuring te voorkomen. Dat is tot 10 keer meer dan wat meestal in wijn zit.
 
 

Geef een reactie

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *